Daar zit een luchtje aan

Het valt me steeds vaker op dat de douchegels zo enorm geuren. Vooral de fruitige geurtjes. Dove en de handzeep van Soapy kunnen er bijvoorbeeld wat van. Zou het liggen aan de cliënten, vaak ouderen, wellicht met een verminderd reukvermogen, dat ze kiezen voor deze geurige producten? Zou het voor bedrijven een gat in de markt zijn om zulke geurige producten te verkopen nu we middenin de vergrijzing zitten?

Als ik na een geurige douchebeurt mijn handen goed was, was ik ze vooraf bij de volgende cliënt nog een keer. Zo hoop ik dat de zepige geur van de vorige cliënt weer verdwijnt, want ik wil altijd zo neutraal mogelijk binnenkomen. Helaas blijft die indringende geur toch om me heen hangen. Misschien zit het aan mijn kleding vanwege het gespetter? Thuis aangekomen was ik nog eens mijn handen en mijn polsen, maar eet ik daarna vaak mijn lunch toch nog met een subtiel geurtje van die ene of die andere cliënt. Je snapt ook wel dat mijn handen met al dat gewas zo erg droog worden. Pas na mijn eigen douchebeurt voel ik me weer gewoon mezelf en heeft mijn werk zich losgetrokken van mijn lijf. En ohja, lang leve de handcrème!

Daar zit een luchtje aan

Gezellig koffie doen

Er is een mevrouw in de avond bij wie ik altijd even blijf koffie drinken. Naast een andere collega schijnt verder niemand dit, naast de zorg, bij haar te doen. Vanavond stond ze weer op mijn route.

Dit keer een grote kop, want de kleine zag ik niet staan. ‘Lekker hè’, zegt mevrouw dan vaak. ‘Krijgen jullie nooit wat bij de anderen? Dat vind ik niet kunnen hoor’.

Dit keer begon mevrouw te praten over dat wij zo laat bij haar waren vanmiddag. Wel drie kwartier later. Als ze geen broodmaaltijd had gehad zou ze het warme eten hebben laten staan. Dan heeft ze volgens eigen zegge geen honger meer, na zolang wachten. (Nou vertelt ze er niet bij dat mijn collega keurig gebeld had van te voren).

‘Oh, nou.’ Zeg ik. ‘Dan al geen honger meer? Zo snel? Goh.’

Even een lastige stilte. Ik kijk naar de TV.

Al gauw begin ik over voetbal te praten wat aan staat.

‘Ja, enne… dat huis aan de overkant is nu ook verkocht.’ zegt ze.

‘Ohja?’ vraag ik. ‘Wat komt erin? Heeft u het al gezien?’

‘Jaha’, zegt mevrouw. ‘Blanken.’

Ik kijk naar mijn kopje koffie, draai het een paar rondjes en neem een slok.

‘Jongeren? Of wat oudere mensen?’

‘Oh, weet ik niet goed. Ik denk wel jongere mensen.’

Ik stond weer op en pakte mijn spullen. In de gang liep ze me zoals altijd achterna om de deur achter mij te sluiten. Daar vertelde ze dat ze in de vroege avond al een afspraak had met de boekhouder en daarom alvast gegeten wilde hebben. ‘Ik zat daar een beetje mee, snap je’.

Aah, kijk. De aap uit de mouw.

Zo’n kop koffie heeft dan eigenlijk wel goed zijn functie gedaan vanavond.

Gezellig koffie doen

Plastic tasjes in de zorg

Hey, waar zijn nou die plastic tasjes? Ik zie een bakje in de slaapkamer en pak maar een zakje van een nieuwe rol plastic zakjes. Normaal lagen hier ergens plastic tasjes uit de winkel, maar ik zie ze even niet. En om hiervoor nou de partner te gaan roepen… Ik doe er het vieze incobroekje in en leg het weg.

De volgende week zie ik weer alleen het bakje met de nieuwe rollen zakjes. Ineens schiet het me te binnen dat dit natuurlijk te maken heeft met de niet meer gratis te verkrijgen plastic tasjes in de winkels. Dus geen actiontasjes meer, of die van de groenteafdeling. Groen, blauw, doorzichtig, en wat nog meer. Fijne tasjes waar precies twee incobroekjes in pasten. Nu kopen ze die zelf.

Begrijpelijk.

Hoeveel andere mensen zouden net als deze ook gratis tasjes hebben gepakt voor de zorg rondom hun naaste? Dat zouden er best heel wat kunnen zijn…

Afbeelding