De valkuil van de automatische piloot

In ‘Kijk in de Wijk’ schrijf ik over kleine, mooie, bijzondere, ontroerende of opvallende dingen die ik meemaak in mijn werk als wijkverpleegkundige.


Als moeder van vier kinderen onder de 7 jaar oud, help ik niet alleen cliënten met wassen en aankleden. Je begrijpt dat ik mijn kinderen achter elkaar in en uit bad haal, de handdoek er kort maar krachtig over haal, hun broek omhoog trek en na een liefdevolle tik op de billen de ‘volgende!’ roep. Wees gerust, cliënten help ik met veel meer attentie en geduld, al zeg ik het zelf.

That awkward moment…

Het mooie van mijn werk is dat ik vrijwel wekelijks al jarenlang (dezelfde) mensen help met wassen en aankleden waardoor ik bijna alles blindelings weet te doen. De valkuil is echter dat foutjes erin sluipen of in dit geval, je je professionaliteit kan verliezen. Zo gaf ik na een douchebeurt mijn cliënt uit het niks, maar nog net niet die ene tik op de billen. Ik was even in shock van mezelf, was me bewust van mijn ‘moeke’-actie en kon er ook best even hoofdschuddend (in mezelf) om lachen.

Schrikdraad

Maar hoe makkelijk is het dus om je professionaliteit te verliezen als je lekker bezig bent? En wat houdt je tot die grens? Bij mij voelt het als een soort ingebouwd schrikdraad waar ik tegenaan kom. Herkenbaar?

Hoe houd jij jezelf binnen de grens als zorgverlener en wat voor vergelijkbare situaties heb je meegemaakt?

De valkuil van de automatische piloot

Parkinson Café Ede e.o. juni 2016

Het is een zonnige dag en de deuren staan open. Vandaag komt Natalie Lewin Hofman van Kadans, namens Dance For Health een praatje houden en een workshop geven over uiteraard Dansen en Parkinson.

Natalie werd op het laatste nippertje opgeroepen, omdat de geplande spreker van Dance For Health verhinderd was. Ze was keurig op tijd en wat ben ik blij geweest met haar als spreker vandaag. Ze nam ons mee in al haar kunde en enthousiasme. Daarover straks meer.

Minder aanmeldingen

Er waren minder aanmeldingen dan gebruikelijk, maar dat had ik al verwacht (zeg nou zelf, dansen kan ook wat schaamte met zich meebrengen!). Iets meer dan 20 mensen waren aanwezig. Toch een mooi aantal om een workshop dansen mee te doen. Een aantal mensen gingen ver achterin de zaal zitten en beweerden ABSOLUUT niet mee te willen doen. Ook goed. Ik was al blij dat er een redelijk aantal mensen gekomen was en ik het niet hoefde af te blazen!

Voordelen van dansen bij Parkinson

Natalie begon met haar uitleg over wat Dance For Health inhield. Aan haar manier van praten merk je al dat ze wat sierlijks in zich heeft. Er werd uitgelegd dat dansen vooral leuk en sociaal is, maar ook de creativiteit stimuleert. Je brein wordt getraind door te dansen, op te letten, te leren, je gevoel erin te leggen en je spieren worden in beweging gezet wat de stijfheid kan verminderen.

Locatie

Dance For Health probeert altijd een locatie te reserveren die er mooi uit ziet, zoals een theaterzaal of een schouwburg. Dat doen zij expres, omdat mensen al vaak genoeg komen in gezondheidscentra en bij mensen in ‘witte pakken’. Het maakt het voor mensen vaak leuker om naar een mooiere plek als een schouwburg te gaan; het geeft ze een beter gevoel.

En nu ook DOEN!

Na de uitgebreide koffiepauze, helaas zonder tafels dit keer wegens de nodige bewegingsruimte, begonnen we meteen met dansen. Allerlei soorten muziek kwam naar voren; ‘van André Rieu tot Michael Jackson’. Van rustig tempo naar wat vlotter en weer terug naar ontspanning. Iedereen kon op de stoel blijven zitten en toch vele spiergroepen gebruiken in de oefeningen. De armen, de romp en de benen werden allemaal in beweging gehouden en er werd zelfs echt geswingd. Ook die mevrouw achterin de zaal en ja, ook die mevrouw in de rolstoel. Van jong tot oud, van patiënt, mantelzorger, koffiedame tot en met zorgverleners, iedereen deed wel mee. Natalie straalde haar enthousiasme en vrolijkheid uit en kreeg de groep in beweging. Maak je foutjes? Het geeft helemaal niet, als je er maar plezier in hebt!

Een tevreden publiek

Verschillende keren hoorde ik applaus en na afloop werd gezegd dat men het leuk had gevonden. Zelfs zeven mensen hebben aangegeven interesse te hebben in een cursus Dance For Health als dit ook in Ede e.o. komt. Een fysiotherapeut vond dit leuker dan hun gebruikelijke oefeningen en had vraag naar een cursus als trainer. Na afloop kon er nog wat gedronken worden en fruit werd uitgedeeld.


Heeft u ook interesse in Dance For Health? Kijk dan eens op danceforhealth.nl of bel 0633081439. Lidmaatschap kost 35,- euro per maand, een partnerlidmaatschap (voor familie en mantelzorgers) kost 55,- euro voor twee personen. Je kunt hiermee wekelijkse lessen bijwonen, ook in andere steden. Arnhem en Utrecht is tot nu toe het meest dichtbij. Bij 10 geïnteresseerden zou er een cursus in onze regio gegeven kunnen worden.

Parkinson Café Ede e.o. juni 2016

“Jaaa, wie is daar?”

De deurbel. Je zou er richtlijnen voor kunnen schrijven in de thuiszorg. Of eigenlijk niet. Bij de één gebruik je de bel sus en bij de andere zo. En haal het vooral niet door elkaar, tenzij je een boos oud vrouwtje wil zien met ogen die vuur kunnen spuiten.

Het deurbelgebruik is een fenomeen wat in menig zorgplan beschreven staat. Soms in de planning zelfs. En soms moet het deurbelbeleid ge-update worden. Soms is het een agendapunt in het teamoverleg en worden er heftige discussies over gevoerd.

Ja, de deurbel is volgens mij een onderschat onderdeel in de thuiszorg. Ik zal wat deurbelvoorbeelden uit de praktijk beschrijven die ik heb meegemaakt:

– Aanbellen vóórdat je het slot open draait. Dan weet de bewoonster dat je eraan komt, ontwaakt ze uit een eventueel dutje en zit ze klaar. Doe je dit niet, dan wordt ze te snel overvallen door je binnenkomst en dat is niet bevorderlijk voor de sfeer.

– Aanbellen nádat je de sleutel uit de sleutelkluis hebt gebruikt. Dan wordt er alvast opgestaan omdat ze je hoort rommelen met de sleutel en ter bevestiging dat de thuiszorg ‘het maar is’ (en geen enge man die de sleutel probeert te stelen) bel je nog even aan. Als je eerst aanbelt heeft ze de neiging open te willen doen in de veronderstelling dat je visite bent of de postbode. Maar dat maakt haar wel erg buiten adem van de inspanning. Of ze blijft zitten en piekert in de stoel wie het is en wat ze nu moet doen in al haar hulpeloosheid. Had ik al gezegd dat het een onderschat onderdeel is in de thuiszorg?

– Twee keer bellen in plaats van één keer, dan moet het vast een bekende zijn. Niet te kort achter elkaar, maar ook niet te langzaam, anders zou ze denken dat je toch niet van de thuiszorg bent maar iemand anders.

– Bellen, 25 seconden wachten en dan weer bellen. Dan kan mevrouw zonder haasten achter de rollator naar de bel lopen en na de tweede keer de deur voor je open doen via het geautomatiseerde systeem. Open doen nadat de bel meer dan 25 seconden geleden is geweest, laat het systeem namelijk niet toe. (Meestal redt ze het wel binnen de tijd.)

– Bellen en ‘Buurtzorg’ door de intercom roepen. Vaak wordt er al open gedaan. Een veel gebruikte truuk door criminelen.

– Bellen en ‘Buurtzorg’ èn je naam zeggen. Vaak het veiligst. Gelukkig horen mensen dat vaak het liefst: je naam erbij. Bij nieuwe cliënten werkt dit helaas weer niet, tenzij ze de planning van te voren weten.

– Niet aanbellen, maar de telefoon laten over gaan. Dan wordt er vervolgens open gedaan. Op de deurbel wordt uit angst voor inbrekers, genegeerd.

– Tikken op het raam, anders maak je mogelijk iemand wakker. Veel gebruikt bij palliatieve zorg of bij gezinnen met kinderen.

– Liever bellen dan tikken. Anders schrikken ze (‘wat is dat nou, je belt toch gewoon altijd aan?!) of horen ze je gewoonweg niet. Zelfs al zitten ze nog naast het raam.

Kortom: houd het aanbelbeleid bespreekbaar en verwerk het goed in het zorgplan. Het is geen grap, bekijk het eens vanuit de ogen van de cliënt. Ik vind de redenen erachter inmiddels zo gek niet meer.

“Jaaa, wie is daar?”

Daar zit een luchtje aan

Het valt me steeds vaker op dat de douchegels zo enorm geuren. Vooral de fruitige geurtjes. Dove en de handzeep van Soapy kunnen er bijvoorbeeld wat van. Zou het liggen aan de cliënten, vaak ouderen, wellicht met een verminderd reukvermogen, dat ze kiezen voor deze geurige producten? Zou het voor bedrijven een gat in de markt zijn om zulke geurige producten te verkopen nu we middenin de vergrijzing zitten?

Als ik na een geurige douchebeurt mijn handen goed was, was ik ze vooraf bij de volgende cliënt nog een keer. Zo hoop ik dat de zepige geur van de vorige cliënt weer verdwijnt, want ik wil altijd zo neutraal mogelijk binnenkomen. Helaas blijft die indringende geur toch om me heen hangen. Misschien zit het aan mijn kleding vanwege het gespetter? Thuis aangekomen was ik nog eens mijn handen en mijn polsen, maar eet ik daarna vaak mijn lunch toch nog met een subtiel geurtje van die ene of die andere cliënt. Je snapt ook wel dat mijn handen met al dat gewas zo erg droog worden. Pas na mijn eigen douchebeurt voel ik me weer gewoon mezelf en heeft mijn werk zich losgetrokken van mijn lijf. En ohja, lang leve de handcrème!

Daar zit een luchtje aan

Gezellig koffie doen

Er is een mevrouw in de avond bij wie ik altijd even blijf koffie drinken. Naast een andere collega schijnt verder niemand dit, naast de zorg, bij haar te doen. Vanavond stond ze weer op mijn route.

Dit keer een grote kop, want de kleine zag ik niet staan. ‘Lekker hè’, zegt mevrouw dan vaak. ‘Krijgen jullie nooit wat bij de anderen? Dat vind ik niet kunnen hoor’.

Dit keer begon mevrouw te praten over dat wij zo laat bij haar waren vanmiddag. Wel drie kwartier later. Als ze geen broodmaaltijd had gehad zou ze het warme eten hebben laten staan. Dan heeft ze volgens eigen zegge geen honger meer, na zolang wachten. (Nou vertelt ze er niet bij dat mijn collega keurig gebeld had van te voren).

‘Oh, nou.’ Zeg ik. ‘Dan al geen honger meer? Zo snel? Goh.’

Even een lastige stilte. Ik kijk naar de TV.

Al gauw begin ik over voetbal te praten wat aan staat.

‘Ja, enne… dat huis aan de overkant is nu ook verkocht.’ zegt ze.

‘Ohja?’ vraag ik. ‘Wat komt erin? Heeft u het al gezien?’

‘Jaha’, zegt mevrouw. ‘Blanken.’

Ik kijk naar mijn kopje koffie, draai het een paar rondjes en neem een slok.

‘Jongeren? Of wat oudere mensen?’

‘Oh, weet ik niet goed. Ik denk wel jongere mensen.’

Ik stond weer op en pakte mijn spullen. In de gang liep ze me zoals altijd achterna om de deur achter mij te sluiten. Daar vertelde ze dat ze in de vroege avond al een afspraak had met de boekhouder en daarom alvast gegeten wilde hebben. ‘Ik zat daar een beetje mee, snap je’.

Aah, kijk. De aap uit de mouw.

Zo’n kop koffie heeft dan eigenlijk wel goed zijn functie gedaan vanavond.

Gezellig koffie doen

Plastic tasjes in de zorg

Hey, waar zijn nou die plastic tasjes? Ik zie een bakje in de slaapkamer en pak maar een zakje van een nieuwe rol plastic zakjes. Normaal lagen hier ergens plastic tasjes uit de winkel, maar ik zie ze even niet. En om hiervoor nou de partner te gaan roepen… Ik doe er het vieze incobroekje in en leg het weg.

De volgende week zie ik weer alleen het bakje met de nieuwe rollen zakjes. Ineens schiet het me te binnen dat dit natuurlijk te maken heeft met de niet meer gratis te verkrijgen plastic tasjes in de winkels. Dus geen actiontasjes meer, of die van de groenteafdeling. Groen, blauw, doorzichtig, en wat nog meer. Fijne tasjes waar precies twee incobroekjes in pasten. Nu kopen ze die zelf.

Begrijpelijk.

Hoeveel andere mensen zouden net als deze ook gratis tasjes hebben gepakt voor de zorg rondom hun naaste? Dat zouden er best heel wat kunnen zijn…

Afbeelding

Meetinstrumenten

Tijdens een scholing wordt door een presentator gevraagd wie welk meetinstrument gebruikt tijdens het verpleegkundig spreekuur.

My goodness, ik heb nooit geweten dat er zoveel bestaan.

Er barstte een luid gezoem los. ‘Ik gebruik…’ ‘Welke jij?’ ‘Die heeft een fijnere puntenindeling’ ‘Maar deze kun je beter gebruiken als je meer over … wil weten’ ‘Ik kom niet uit in mijn tijd’ ‘Dan geef je het toch alvast in de wachtkamer?’ ‘…En deze is nieuw.’ Enz.

Gebrek aan ervaring?

Volgens mij heb ik in twee jaar tijd op de poli ooit één keer een MMSE afgenomen. Ik heb dan ook liever dat de huisarts of geriater dit doet vanwege mijn gebrek aan ervaring en tijd. Daarvoor was het in mijn studietijd alleen bij onderzoeken nodig geweest mezelf bezig te houden met meetinstrumenten. Ik twijfel aan mezelf: wat doe ik dan wel?

Een anamnese.

Wat is er mis met een verpleegkundige anamnese? Of wat dacht men van een ‘gesprek’? Zonder regels, punten en eindscores.

Mijn collega kijkt me vragend aan: ‘Wat vind jij, moeten we een meetinstrument gaan gebruiken?’

Terug naar de praktijk

Mijn gedachten gaan terug naar de poli. Met bevende handen krijg ik een vragenlijst in mijn handen geduwd in de wachtkamer. Meneer krijgt een multidisciplinaire screening. ‘Ik heb het niet helemaal af gekregen, het waren zoveel vragen, neemt u mij niet kwalijk’. Partner: ‘We zijn er een week geleden al mee begonnen’. Wanneer ik een open vraag stel, wordt twijfelachtig naar de papieren op tafel gekeken. ‘Moeten we niet naar de eerstvolgende vraag?’ ‘Waar waren we gebleven?’

Of de neuroloog die drie seconden naar de scorelijsten kijkt en ze weer teruggeeft.

Of de partner die de echtgenoot boos aanstoot; ‘Wat hebben we nou net thuis nog besproken?’

Kijk dàn wordt het interessant!

Dat wil ik wel weten! Laat ze maar komen met hun vragen. Laat het gekibbel maar horen. Hoe is het met de relatie? Laat ze maar komen met hun zelf bekrabbelde papiertjes. Want dáár staat op wat ze het meest dwars zit. Dat is wat hun kwaliteit van leven beperkt. En ja, zó ziet micrografie eruit. Of kijk, iemand die zelf met een uitgeprinte parkinsonmonitor aan komt. Ook een vorm van zelfredzaamheid. Observeren en luisteren, dat is de kracht.

Ik kijk mijn collega aan: ‘Nah,… ik ben niet zo van de meetinstrumenten.’

‘Oh, gelukkig’.

Gelukkig voor mij zij ook niet.

Meetinstrumenten